Lisette Top

Zij-instromer

 

Soms voel je dat het anders moet. Niet omdat je je werk niet leuk vindt, maar omdat het niet meer past bij je leven. Je zoekt meer rust. Meer duidelijkheid. Of werk dat beter bij je past. Dat was voor Lisette het moment om na te denken over haar toekomst. Ze werkte in de kraamzorg en vond dat mooi werk. Toch merkte ze dat de onregelmatige diensten haar veel spanning gaven. Ze wilde graag in de zorg blijven, maar wel op een manier die beter bij haar past.

“Ik wilde geen drie jaar meer naar school” 

“Ik werkte tweeënhalf jaar in de kraamzorg,” vertelt Lisette. “Dat vond ik mooi werk. Ik houd van zorgen voor mensen en van werken met kinderen. Maar de onregelmatigheid paste niet bij mij.” Vooral de wachtdiensten waren zwaar. “Ik ben iemand die graag plant. In de kraamzorg wist je vaak niet wat er ging komen. Tijdens wachtdiensten lag ik soms wakker. Ik had buikpijn en voelde spanning. Toen ik stopte met die wachtdagen, voelde ik meteen rust.” Toch wist ze niet meteen wat ze dan wel wilde. “Eén ding wist ik wel zeker: ik wilde niet weer drie jaar naar school.” 

“Zorgen zat er altijd al in”

Zorgen voor anderen past bij Lisette. “Op school koos ik al voor zorg. Ik kon alleen niet kiezen tussen kinderen en ouderen. Met kinderen had ik altijd al iets. Maar de ouderenzorg vond ik ook mooi.” Tijdens haar opleiding liep ze stage in de ouderenzorg. “Dat vond ik toen al leuk. Dat bleef toch ergens hangen.” Dat ze eerst voor kraamzorg koos, had een duidelijke reden. “Ik kon een kort traject doen. In vijftien maanden had ik mijn diploma. Dat sprak me aan. Ik wilde graag snel aan het werk.” Die ervaring neemt ze nu mee. “In de kraamzorg leer je veel verantwoordelijkheid. Dat helpt me nu nog steeds.”

“Ga ik echt alles weer veranderen?” 

Toen Lisette merkte dat ze meer rust wilde, dacht ze opnieuw aan de ouderenzorg. Toch vond ze het spannend. “Ik heb er lang over nagedacht. Ga ik dit echt doen? Ga ik alles weer veranderen? Vind ik het wel leuk genoeg?” Ze twijfelde ook of ze het niveau aankon. “Vroeger dacht ik op school vaak: het is wel goed zo. Maar later merkte ik dat ik meer kan dan ik dacht. Toch bleef de vraag: kan ik dit wel?” Nu kijkt ze daar anders naar. “Het gaat goed. Dan denk ik soms: waar twijfelde ik eigenlijk over?” 

“Het gesprek gaf vertrouwen”

Lisette ging op zoek naar informatie. Ze keek rond en ging in gesprek. “Ik zag dingen op Instagram en ben gaan zoeken. Uiteindelijk had ik een gesprek over de opleiding. Dat was positief. Dat gaf vertrouwen.” Ze kreeg antwoord op haar vragen. “Hoe werkt leren en werken samen? Wat wordt er van je verwacht? En hoe is het om weer leerling te zijn?” Dat laatste vond ze wennen. “Ik kwam uit werk met veel verantwoordelijkheid. Nu moest ik weer vragen stellen en leren. Dat vond ik lastig.” 

“Je leert op school én op de werkvloer”

“School gaat goed,” zegt Lisette. “Ik zit in een klas met volwassenen. Dat is fijn. We helpen elkaar en de sfeer is goed.” Het leren gebeurt niet alleen op school. “Je werkt ook meteen in de praktijk. Eerst doe je eenvoudige taken. Daarna krijg je steeds meer verantwoordelijkheid. Dat motiveert, want je ziet waarvoor je het doet.” Dat maakt het haalbaar. “Je leert stap voor stap. En je staat er niet alleen voor.” 

“De eerste week was spannend”

“De eerste dag vond ik spannend,” zegt Lisette. “Ik wist niet wat ik moest verwachten. Maar collega’s hielpen me goed. Ik kon alles vragen.” Al snel voelde ze dat ze goed zat. “Na een paar dagen dacht ik: dit is het. Dit past bij mij.” Sommige dingen waren lastig. “Steeds vragen stellen en meelopen. Dat was wennen. Ik was gewend om zelfstandig te werken.” Ook werken in een team was nieuw. “Nu moet je overleggen. Dat leer ik nog steeds.”

“Kleine momenten maken het verschil”

Wat Lisette zo mooi vindt aan de ouderenzorg, zijn de kleine dingen. “Een kopje koffie. Even wandelen. Luisteren naar iemand. Dat betekent veel.” Ze ziet hoe bewoners genieten. “Soms regelen we een uitje. Daar kunnen mensen echt blij van worden.” Ook de zorg zelf vindt ze waardevol. “Iemand goed verzorgen en comfortabel maken. Dat vind ik mooi werk.” Wat het haar geeft? “Energie. Je bent soms moe, maar ook dankbaar. Dat geeft kracht voor de volgende dag.” 

“Toen dacht ik: dit kan ik dus”

Soms merk je pas wat je kunt in de praktijk. Dat gebeurde bij een druk moment op de afdeling. “Er gebeurde veel tegelijk. Collega’s waren bezig met een bewoner en er moest nog veel gedaan worden. Toen ben ik gewoon begonnen. Mensen helpen, dingen regelen, overleggen.” Later kreeg ze een compliment. “Toen dacht ik: dit kan ik dus. Dat gaf vertrouwen.” 

“Samenwerken is fijner dan ik dacht” 

Lisette werkte eerst vaak alleen. Nu werkt ze in een team. “Dat vond ik even spannend. Maar het is juist leuk. Je doet het samen.” Dat helpt ook tijdens de opleiding. “Je hebt collega’s én klasgenoten. Je hoeft het niet alleen te doen.” 

“Ga kijken en stel je vragen” 

Wat zou ze zeggen tegen iemand die twijfelt? “Ga kijken. Loop een dag mee. Stel je vragen. Dan merk je vanzelf of het bij je past.” Zelf had ze dat ook willen doen. “Dan weet je beter waar je aan begint. Dat maakt het minder spannend.” En tegen haar vroegere zelf? “Niet te lang twijfelen. Gewoon doen.” Het verhaal van Lisette laat zien dat je ook later nog een nieuwe stap kunt zetten. Je hoeft niet alles zeker te weten. Je mag leren en groeien. Je krijgt begeleiding. Je leert stap voor stap. En je ontdekt of het bij je past. Lisette weet het nu zeker. “Ik ben echt heel blij dat ik het heb gedaan.”

 

Lees hier meer over werken en leren